Klik hier om naar de startpagina van WielrennenMaastricht.nl te gaan
Home >> Wielrennen >> Racefietsonderhoud >> Derailleurs
Onderhoud Site Web

fietsonderhoud: derailleurs



achterderailleur

Reiniging achterderailleur

Reinig de achterderailleur tegelijk met de ketting en tandwielen:
  • draai de twee schroeven op de derailleurarm (dus niet op de derailleur zelf!) los, zodat de derailleurwieltjes kunnen worden uitgenomen;
  • de wieltjes zijn niet hetzelfde, onthoud daarom welk wieltje waar zat;
  • haal de wieltjes uit elkaar;
  • leg alle losse onderdelen even in ontvetter te weken;
  • reinig in de tussentijd de vaste onderdelen van de derailleur met een doek gedrenkt in ontvetter en een borsteltje;
  • wrijf alle onderdelen schoon en droog en laat nog even aan de lucht nadrogen;
  • vet de asjes van de wieltjes en de schroefjes in en zet de derailleur weer in elkaar. Op derailleurwieltjes staat vaak een pijl die de montagerichting aangeeft.

Inspectie achterderailleur

  • Gaat het schakelen nog soepel en met weinig geluid?
  • Gaat de ketting bij het schakelen telkens een tandwiel verder? Blijft de ketting op hetzelfde tandwiel of verspringt hij meer dan één tandwiel, dan moet de derailleur opnieuw worden afgesteld.
  • Worden het grootste en kleinste tandwiel nog gehaald, kan de ketting niet van de tandwielen lopen? Zo niet, stel dan het bereik opnieuw in.
  • Is de derailleurarm verbogen of gescheurd, dan is vervanging noodzakelijk.

Smering achterderailleur

Smeer alle draaipunten regelmatig.

Vervanging / bevestiging achterderailleur

De derailleur moet in principe een paar jaar mee kunnen.
De derailleurwieltjes moeten worden vervangen als ze niet soepel lopen en schoonmaken niet helpt.

Achter derailleur afstellen

De achterderailleur afstellen gaat het beste als de fiets ophangt of in een standaard staat, zodat de aandrijving kan worden gebruikt terwijl de fiets op zijn plaats blijft.
  • Afstellen hoogste tandwielpositie:
    • schakel de ketting naar het kleinste achtertandwiel en het buitenblad;
    • draai de kabel bij de derailleur los;
    • ga achter de fiets staan en controleer of het kleinste achtertandwiel, de ketting en de twee derailleurwieltjes in lijn staan. Is dit niet het geval, draai dan de stelschroef voor de hoogste versnelling (meestal aangeduid met H) totdat ze in lijn staan;
    • trek de kabel strak en schakel op totdat de schakelhendel op de positie voor het kleinste achtertandwiel staat;
    • draai de stelnippel op framebuis of schakelhendel helemaal rechtsom. Draai de steltrommel op de achterderailleur helemaal rechtsom en dan een slag linksom;
    • steek de kabel in de klemboutgroef, trek de kabel strak en draai vast.
  • Afstellen laagste tandwielpositie:
    • draai de stelschroef van de laagste versnelling (L) zo ver linksom dat hij de beweging van de derailleur niet hindert;
    • schakel de ketting voorzichtig naar het kleinste kettingtandwiel voor en het grootste achtertandwiel. Schakel niet te ver door, anders kan de ketting in de spaken lopen;
    • zet de derailleurwieltjes in lijn met het grootste achtertandwiel;
    • draai de stelschroef van de laagste versnelling rechtsom totdat u weerstand voelt. Als de schroef te ver is aangedraaid, beweegt de derailleur naar rechts.
  • Soms zit er een klein schroefje op de achterkant van de achterderailleur: dit regelt de hoek van de derailleur met het frame. Mocht het bovenste derailleurwieltje te dicht bij de tandwielen staan, draai dan dit schroefje in (rechts om) en vice versa.
  • Test de diverse tandwielcombinaties. Zorg dat de ketting er niet afloopt bij het schakelen.
  • Het indexeersysteem:
    • schakel de ketting op het buitenblad en het kleinste achtertandwiel;
    • schakel achter één klik terug terwijl U de ketting vooruit draait en controleer of de ketting moeiteloos naar het volgende tandwiel gaat;
    • als de ketting veel lawaai maakt of niet naar het volgende tandwiel verspringt, draai dan de stelnippel met kleine tikjes linksom totdat het schakelen wel soepel gaat. Slaat de ketting daarentegen een tandwiel over, draai dan de stelnippel rechtsom totdat de derailleurwieltjes in lijn staan met het tweede tandwiel;
    • ga zo tandwiel voor tandwiel verder, en test tot slot alle tandwielcombinaties ter controle.
  • Let op: tijdens het fietsen kan de afstelling weer iets ontregeld raken, stel dan de derailleur weer iets bij.

voorderailleur

Reiniging voorderailleur

Reinig de voorderailleur tegelijk met de ketting en tandwielen, met een doek gedrenkt in ontvetter.

Inspectie voorderailleur

  • Controleer of de kooi van de derailleur nog goed staat. Is de kooi verbogen of gescheurd, dan is vervanging noodzakelijk.
  • Gaat het schakelen nog soepel en met weinig geluid?
  • Kan de ketting van binnen- of buitenblad lopen, stel dan het bereik opnieuw in.

Smering voorderailleur

Smeer de draaipunten regelmatig.

Vervanging / Bevestiging voorderailleur

De derailleur moet in principe een paar jaar mee kunnen.

Voor derailleur afstellen

  • De kooi dient +/- 1 mm boven het grootste tandwiel te staan en de binnenzijde van de derailleurkooi moet parallel staan aan het grootste tandwiel.
  • Laagste tandwielpositie:
    • schakel de ketting naar het kleinste tandwiel voor en het grootste achter;
    • draai de derailleurkabel los bij de derailleur;
    • draai aan de stelschroef (vaak aangeduid met een L) totdat de binnenste kettinggeleider van de derailleur ongeveer 0,5 mm van de ketting staat;
    • zorg dat de schakelhendel op de stand voor het kleinste tandwiel staat en trek de kabel strak;
    • draai de verstelnippel op de kabel zo ver mogelijk linksom;
    • steek de kabel in de groef naast de klembout van de derailleurkabel, trek de kabel strak en draai vast.
  • Hoogste tandwielpositie:
    • schakel de achterderailleur naar het kleinste tandwiel;
    • draai de stelschroef voor de hoogste versnelling (“H”) linksom totdat hij de ketting niet meer in de weg zit;
    • schakel de ketting voorzichtig naar het buitenblad;
    • beweeg de buitenste kettinggeleider met de schakelhendel tot op 0,5 mm van de ketting;
    • draai de H-stelschroef weer aan totdat weerstand voelbaar is (als de schroef te ver is aangedraaid, beweegt de voorderailleur richting het binnenblad).
  • Middelste tandwiel (bij triple-systeem):
    • schakel de ketting voor op het buitenblad en achter op het kleinste tandwiel;
    • draai de verstelnippel linksom totdat de derailleurkooi de ketting net raakt.
  • Controleer de afstellingen: test de diverse tandwielcombinaties en zorg dat de ketting niet van het tandwiel afloopt als u schakelt. Let er ook op dat de derailleurkooi niet tegen de cranks aanloopt.
Tips, vragen of opmerkingen? Mail de webmaster! | Sitemap | Adverteren
| Disclaimer | ©2005-2010 Wielrennen Maastricht | Ontwerp: Didavizion Webdesign