Klik hier om naar de startpagina van WielrennenMaastricht.nl te gaan
Home | Wielrennen | Racefietsonderhoud | Banden












fietsonderhoud: banden racefiets

Heeft uw racefiets een lekke band? Op deze pagina een handleiding voor het plakken of verwisselen van de binnenband van de racefiets! Verder ook tips voor het schoonmaken, inspecteren, oppompen en monteren van de binnen- en buitenband.

reiniging buitenband racefiets

  • Maak de buitenbanden met een vochtige doek schoon.
  • Zeker door rijden op (natte) wegen met steenslag kunnen er kleine steentjes, stukjes glas etc. in de buitenband komen. Deze kunnen op den duur doordringen tot de binnenband en zo een lekke band veroorzaken. De meeste lekke banden komen door steentjes of stukjes glas die al langer in de buitenband zaten! Peuter deze er daarom regelmatig uit, dit gaat het best als de lucht uit de banden is.

oppompen band racefiets

De meeste racefietsen hebben banden met prestaventiel, ook wel Frans ventiel genoemd.
  • verwijder eerst het dopje, wanneer aanwezig;
  • draai het ventiel open en druk het ventiel licht in, zodat er een beetje lucht ontsnapt;
  • pomp de band op met een fietspomp met prestafitting tot de gewenste druk. De maximum druk (en soms ook de aanbevolen druk) staat vaak op de buitenband aangegeven in bar (atm) of psi (100 psi = 7 bar);
  • draai weer met de hand dicht en bevestig eventueel het dopje.

inspectie buitenband racefiets

  • Controleer voor iedere rit de bandenspanning. Voor wielrennen moet de bandenspanning minimaal 6 bar zijn, liefst 8. Te weinig druk in de banden geeft extra rolweerstand (trapt zwaarder), een verhoogde slijtage en extra kans op stootlekken. De maximum druk staat vaak op de buitenband aangegeven.
  • Kijk ook telkens naar de staat van de banden: zitten er steentjes of scheuren in, zijn ze versleten?

vervanging / monteren banden racefiets

  • Binnenbanden zijn gemaakt van butyl (synthetisch rubber) of latex. De butyl-banden worden het meeste gebruikt. Deze hebben het voordeel dat ze langer op spanning blijven. Latex-binnenbanden moeten vaker worden opgepompt, maar hebben als voordeel dat ze de buitenband minder rolweerstand geven.
  • Vervang de buitenbanden minimaal eens per jaar, en tussendoor als ze versleten zijn, dat wil zeggen als er scheuren in zitten of als de toplaag afgesleten is. Let bij het vervangen van een buitenband op het volgende:
    • neem de juiste maat: omtrek en breedte moeten bij de velg passen;
    • soms moet de band in een bepaalde richting worden gemonteerd. Dan staat er een pijl op de band. De band moet dan zo worden aangebracht, dat het wiel (vooruit rijdend) in de richting van de pijl draait;
    • zie voor het monteren de handleiding voor het verwisselen/plakken van een binnenband hieronder.
  • De achterband heeft meer te verduren en slijt daardoor sneller dan de voorband. Ruil ongeveer halverwege de slijtage de banden om, zodat beide banden even lang mee kunnen. Zorg echter zeker ook voor voldoende profiel op de voorbanden: bij een slippend voorwiel zijn de gevolgen groter dan bij een slippend achterwiel!
  • Voor de banden is het beter als de fiets buiten gebruik wordt opgehangen, zodat er geen druk op staat. Laat, als de fiets lange tijd niet wordt gebruikt, ongeveer de helft van de lucht uit de banden.

handleiding plakken binnenband racefiets / verwisselen

Het kunnen plakken van een band is een basisvaardigheid voor elke fietser. Voor hen die het banden plakken nog niet beheersen een handleiding.
Bij een lekke band onderweg nemen de meeste fietser een nieuwe binnenband, zodat men sneller weer op weg kan. De lekke binnenband kan dan thuis worden geplakt (sommigen gooien lekke binnenbandjes direct weg). Neem ook altijd wat plakkers en solutie mee onderweg, voor als je tijdens de tocht meer dan één lekke band krijgt. De werkwijze bij het verwisselen en plakken van een binnenband is grotendeels hetzelfde:
  1. Schakelen: schakel bij een lekke achterband de ketting naar op het buitenblad en achter naar het kleinste tandwiel.
  2. Rem open zetten: anders lukt het vaak niet het wiel uit te nemen. Shimano-remmen hebben een hendeltje op de rem zelf, bij Campagnolo zit het hendeltje in de remgreep.
  3. Wiel uitnemen: open de snelspanner. Sommige voorvorken hebben veiligheidsnokjes, waardoor je de snelspanner ook los moet draaien om het voorwiel te kunnen uitnemen. Het achterwiel is wat lastiger: til de achterkant van de fiets iets op en klop met de hand het wiel uit het frame. Het wiel wordt dan nog tegengehouden door de ketting, buig de arm van de achterderailleur naar onderen en manoeuvreer het wiel tussen de ketting uit.
    Leg de fiets na het uitnemen van het achterwiel niet op de achterderailleur: deze kan verbuigen of vies worden.
  4. Band leeg laten: laat de binnenband helemaal leeglopen en duw het ventiel naar binnen.
  5. Binnenband uitnemen: druk de buitenband vanaf één zijde (bij het achterwiel de zijde zonder tandwielen) naar het midden van de velg en steek een bandenlichter onder de banddraad. Steek 5 à 10 cm verder nog een bandenlichter onder de banddraad en licht de rand van de band beetje bij beetje uit de velg. Als ongeveer een kwart van de buitenband los zit is de druk eraf en is de band met een vinger verder los te maken. Trek nu de binnenband eruit; het ventiel het laatst.
  6. Lek zoeken en markeren: pomp de binnenband weer een beetje op om te achterhalen waar het lek zit. Erg kleine gaatjes zijn op te sporen door de band onder water te houden. Is er geen lek te vinden, dan het zijn dat er iets mis is met het ventiel. Maak de band droog en markeer het lek - als je gaat plakken - met een pen of krijt. Controleer vervolgens voor de zekerheid nog of er nog meer gaatjes in de band zitten.
  7. Controle buitenband: voel de hele buitenband na op steentjes e.d., deze kunnen nog in de band zitten of los onderin de band liggen. Let daarbij vooral op het stuk waar het lek is ontstaan.
    Is er sprake van een snake-byte (twee gaatjes naast elkaar) dan zal het een stootlek zijn en wordt dus waarschijnlijk geen steentje gevonden. Bij een stootlek kunnen spaken zijn gebroken; controleer daarom de spaken en kijk of het wiel nog recht en rond is.
    Daarnaast kan het lek zijn veroorzaakt door een uitstekende spaak: leg in dat geval het velglint weer goed en vijl eventueel de punt van de spaak bij.
  8. Binnenband vervangen: leg er een passende binnenband op, dat wil zeggen de juiste lengte, de breedte passend bij de buitenband, ventiel van het juiste type (auto- of frans/presta-ventiel) en de juiste lengte (afhankelijk van de velghoogte). Zie voor het monteren vanaf stap 14.
  9. Binnenband plakken: de volgende vier stappen gaan specifiek over het plakken van een lekke binnenband.
  10. Binnenband opschuren: klem de binnenband strak om een hand, zodat de plek met het lek op de rug van de hand zit. Schuur nu het deel waar de plakker moet komen (iets ruimer) op met een schuurpapiertje of een stukje schuurlinnen, totdat het oppervlak wat dof is (niet meer glanst).
  11. Solutie aanbrengen: zorg ervoor dat er een dunne, gelijkmatige laag ontstaat, die iets groter is dan de plakker.
  12. Laten drogen: de solutie moet helemaal droog zijn! Wacht dus een paar minuten en blaas eventueel wat om het drogen te versnellen.
  13. Plakker aanbrengen: pomp de band half op, haal het aluminiumfolie van de plakker (raak de lijmlaag op de plakker niet aan) en plak deze op het lek. Wrijf de plakker stevig aan, wederom op de rug van de hand. Het stukje beschermfolie aan de bovenzijde van de plakker zal nu vanzelf loslaten.
  14. Binnenband op velg leggen: pomp de binnenband op zodat die net in model komt en niet dubbel gaat zitten. Pomp er niet teveel lucht in, want dan wordt hij te lang en past hij niet meer goed in de buitenband! Controleer of het velglint goed ligt. Duw het ventiel door het ventielgat en leg de binnenband in de buitenband, die al met één rand in de velg ligt. Zorg ervoor dat het ventiel recht blijft zitten. Druk met de losse zijde van de buitenband de binnenband over de velgrand. Begin nu tegenover het ventiel met het terugleggen van de buitenband, aan weerszijde gelijkmatig omhoog werkend. Het laatste stukje is het lastigst. Is de band erg stug, masseer de band dan vanaf de overzijde van het ventiel aan beide zijden richting het ventiel. Laat eventueel de lucht uit de band en werk met beide handen tot de buitenband het verzet opgeeft en op zijn plek valt. Druk het ventiel de band in, zodat de verdikking bij het ventiel niet tussen buitenband en velg zit. Gebruik bij het opleggen van de buitenband nooit bandenlichters, daardoor kan de binnenband weer lek geprikt worden!
  15. Band oppompen: pomp weer iets lucht in de band en duw over de hele omtrek de buitenband naar binnen om te kijken of de binnenband nergens klem zit. Pomp dan de band op, let erop dat de band mooi rond loopt en overal goed in de velg zit.
  16. Wiel terugzetten: let er op dat het wiel recht zit. De snelspanner moet goed strak staan, maar zorg dat hij ook weer los kan!
  17. Rem dicht zetten (controleer of de rem weer goed werkt en niet aanloopt).
  18. Ketting controleren: ligt deze voor en achter op het goede tandwiel? Draai het pedaal een keer met de hand rond om te kijken of alles weer goed en soepel draait en schakel even wat lichter om weer gemakkelijk te kunnen vertrekken.

video met demonstratie band plakken


Bron: Fiets
Tips, vragen of opmerkingen? Mail de webmaster! | Sitemap | Klik hier om de RSS-feed van WielrennenMaastricht.nl te openen (RSS-info) | Adverteren
| Disclaimer | ©2005-2017 Wielrennen Maastricht | Ontwerp: Didavizion Webdesign |